22 oktober 2014

Europa moet leidend durven zijn op energiedoelstellingen

De energie-unie staat hoog op de Europese agenda voor de komende jaren, te beginnen met de Europese Top van deze week waar de energiedoelstellingen voor 2030 op de agenda staan. Ambitieuze doelstellingen zijn nodig om de Europese energievoorziening duurzamer, competitiever en onafhankelijker te maken.

Toch is er terughoudendheid bij een aantal regeringen, vaak uit angst voor economische gevolgen. Opvallend is dat een groot deel van het bedrijfsleven die angst niet kent: 49 grote bedrijven in Europa pleitten deze week bijvoorbeeld voor een verplichting tot 40% hogere energie-efficiëntie. Zij zien in een ambitieuze klimaatpolitiek vooral kansen voor de toekomst.

Op die manier dreigen Europese leiders voorbijgestreefd te worden door Europese bedrijven. Het Europese Parlement durfde wel positie te kiezen. In februari 2014 riep het de leiders van de lidstaten op om te kiezen voor drie bindende doelstellingen tegen 2030: 40% CO2-reductie, 30% hernieuwbare energie en 40% energie-efficiëntie. Een ambitieuze positie die Europa moet omvormen tot een energie-unie en een wereldleider op het vlak van hernieuwbare energie. Bovendien kunnen hoge doelstellingen de juiste voorwaarden scheppen om bedrijven te stimuleren in schone technologieën te investeren.

De uitkomst van de top is niet alleen belangrijk voor Europa, maar ook voor het mondiale kader voor klimaatbeleid dat volgend jaar wordt vastgelegd in Parijs. Het Europese beleid bepaalt namelijk de inzet van Europa op het wereldtoneel. Het is nu aan de leiders deze week om dezelfde ambities te tonen als het Europees Parlement en een belangrijk deel van de bedrijven doet. Zo kan de Europese energie-unie echt vorm krijgen.