Door Agnes Jongerius op 2 februari 2016

Komt na de Poolse loodgieter de Indiase ICT-er?

Bij vrije handel doet ieder land waar het goed in is, dat is de simpele logica achter globalisering. Sommige landen hebben nou eenmaal bepaalde grondstoffen of expertise; denk alleen al aan de Nederlandse kennis over watermanagement, die overal in de wereld gretig aftrek vindt. Als de hele wereld je markt is, groeit de welvaart en zijn we allemaal beter af.

 

De realiteit is echter weerbarstiger. Kledingfabrikanten zoeken het putje op wat betreft arbeidsbescherming en komen daarmee uit in landen als Bangladesh. Vrije handel zonder regels leidt al snel tot uitbuiting van werknemers in zwakke staten en oneerlijke concurrentie voor werknemers in het westen.

 

Als het gaat om regels stellen aan die globalisering zitten we nu in een beslissende fase. Het economisch zwaartepunt in de wereld verschuift richting het oosten, China eist zijn plek op in de wereldorde. Verdragen en afspraken met afkortingen als TTIP, CETA of TISA gaan die regels schrijven. Als we willen voorkomen dat die globalisering vooral een race to the bottom wordt moeten we nu goede afspraken maken.

 

Neem China. Deze opkomende wereldmacht wil, als lid van de WTO – de Wereldhandelsorganisatie, erkend worden als ‘vrije markt economie’. Dat klinkt mooi, maar is dat wel zo. Chinese staalbedrijven produceren dankzij steun van de overheid goedkoop staal. Dat leidt tot overproductie, die China tegen kunstmatig lage prijzen in Europa dumpt. In Groot-Brittannië zijn daardoor al duizenden banen verdwenen. Dankzij hun efficiënte productie redden de hoogovens in IJmuiden het nog net, maar ook hier voelt men de druk van het goedkope Chinese staal.

 

Nu kan de Europese Commissie de Europese markt nog afschermen, maar als China vrije markt status krijgt, is dat afgelopen. Het zal dan ook niet bij staal blijven; ook andere industrieën zullen over de kop gaan. Op die manier komen mogelijk 3,5 miljoen banen op het spel te staan. Vandaar mijn pleidooi in het parlement China geen vrije toegang tot de Europese markt te geven zolang het land zijn industrie subsidieert en de regels van de vrije markt aan zijn laars lapt.

 

Ook spreekt én stemt het Europees Parlement deze week over een andere reeks belangrijke afspraken over globalisering, vast te leggen in het TISA-verdrag. Dat gaat over het vrije verkeer van diensten. Zeventig procent van de banen in Europa zijn ondertussen in de dienstensector. Of het nu gaat om consultants, schoonmakers, pakketbezorgers of loodgieters, het zijn allemaal dienstverleners. In WTO-verband onderhandelt de EU daarover nu met 22 andere landen.

 

Voorstanders zien TISA als een gouden kans voor de EU. Nu al is er door de export van diensten een handelsoverschot van 173 miljard euro. Maar Europa zou nog meer dienstverleners buiten de EU aan de slag kunnen zetten als er meer hindernissen worden geslecht. Zo mogen Nederlandse baggeraars niet aan het werk in Amerikaanse wateren.

 

Toch is het niet allemaal vrijheid blijheid. Denk maar aan de ‘Bolkestein-richtlijn’ uit 2006, waarmee het vrij verkeer van diensten binnen Europa werd geregeld. Het leidt tot allerhande schijnconstructies op de arbeidsmarkt. Poolse loodgieters kunnen op basis van een Pools contract in Nederland komen werken. Die oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt moeten we nu bij TISA voorkomen. Na de Poolse loodgieters willen we niet straks ook de spotgoedkope Indiase ICT-er.

 

Het Europees Parlement wil daarom dat de Europese Commissie haar inzet bij TISA drastisch verandert. Het principe van gelijk werk, voor gelijk loon op dezelfde plek moet leidend zijn. Alleen in zeer specifieke gevallen zijn werknemers uit andere landen welkom om in de EU te werken. Om zo te voorkomen dat onze arbeidsmarkt overspoeld wordt met goedkope werkkrachten.

 

De tijd van ongebreidelde liberalisering en globalisering is voorbij. Met goede verdragen en afspraken kunnen we een hoop ellende voorkomen.

 

Agnes Jongerius

Agnes Jongerius

Als Europarlementariër namens de PvdA hou ik me in het Europees Parlement met name bezig met de onderwerpen werkgelegenheid, sociale zaken, arbeidsomstandigheden en handel. Europa heeft met haar 25 miljoen werklozen een grote opdracht om snel werkgelegenheid te creëren. Daarbij moet er scherp gekeken worden op de kwaliteit van werk dat geboden wordt: Europa heeft een

Meer over Agnes Jongerius