5 januari 2015

Niks opheffen, PvdA is juist doorbraakpartij

Door Paul Tang op opiniepagina NRC, 2 januari 2015

 

 

Het voorstel van Rooduijn om de PvdA te splitsen tussen kosmopolieten en conservatief nationalisten slaat nergens op. De PvdA moet die juist samenbrengen, aldus Paul Tang.

Matthijs Rooduijn constateert (NRC, 30 december) terecht en in navolging van het Sociaal Cultureel Planbureau dat Nederland in verschillende bevolkingsgroepen uiteen valt.

Deze groepen hebben niet alleen verschillende opvattingen over maatschappij en politiek maar blijken ook steeds minder met elkaar in contact te staan. De versplintering in het aanbod van politieke partijen is hiervan niet los te zien.

Rooduijn is gespecialiseerd in populisme en radicalisme en trekt dan ook een navenante conclusie: de PvdA moet zichzelf versplinteren. Deze conclusie is even (salon)populistisch en radicaal als pervers. Zou links Nederland sterker worden door de grootste en oudste linkse partij uiteen te laten vallen? Natuurlijk niet.

Rooduijn kan zich laten leiden door kiezersonderzoek en zich lafjes neerleggen bij die segmentering. Maar als politicus kan ik dat niet. Mijn idealen staan voorop, net als bij de meer dan 50.000 leden van de PvdA.

De reden dat ik al meer dan vijfentwintig jaar aan de PvdA verbonden ben – in wisselende gedaantes van snurkend lid, actieve vrijwilliger, lid van de Tweede Kamer, en Europarlementariër – is juist dat de partij mensen weet te binden en te verbinden en niet kiest voor doelgroepenmarketing of voor één blok van kiezers.

Met de woorden van een van de oprichters, Willem Banning, voel ik mij nog steeds verbonden: „Wordt het niet de hoogste tijd dat wij moed opbrengen om het denken in blokken te vervangen door een denken in gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het behoud van de menselijkheid?”

Dat in Nederland en elders de samenleving in groepen uiteenvalt, is een probleem op zich maar ook een probleem voor links. Linkse partijen hebben solidariteit centraal staan maar die is minder vanzelfsprekend in een versplinterende samenleving.

De linkse partijen verkeren in lastige omstandigheden. Juist de PvdA weet zich soms aan die omstandigheden te ontworstelen en een stempel op het maatschappelijk-politieke debat te zetten. Maar de teneur is dat mensen, versterkt door de druk van de crisis, niet durven vertrouwen op anderen maar alleen op zichzelf.

Overheersend is het ego-individualisme van partijen als VVD en D66 en het nationaal-individualisme van de PVV.

Elk van die partijen sluit, onbedoeld en bedoeld, mensen uit. Mensen met een beperkt bezit aan talent en opleiding die in de economische wedloop het onderspit delven en die hun wortels ook buiten Nederland hebben liggen. ‘Het behoud van menselijkheid’ is dan misschien een lastige maar zeker een noodzakelijke opdracht.

Verhardende tegenstellingen leiden tot verhardende discussies. Onaangenaam is vooral hoe mensen zich ingraven in hun eigen positie en de compassie missen om zich te verplaatsen in andermans positie.

Met ‘minder, minder, minder’ heeft Geert Wilders velen in Nederland geschokt en geschoffeerd. Meer dan half jaar later is echter ook vast te stellen dat sommigen in Nederland aan Wilders’ uitspraak geen aanstoot nemen; zijn electorale steun is niet wezenlijk veranderd.

Het is inmiddels wel Nederlands om elk probleem Nederlands te maken. Maar een blik over de grens leert dat in veel andere samenlevingen de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen eveneens verharden.

Dat is af te lezen aan de opkomst van bijvoorbeeld Alternative für Deutschland, Front National in Frankrijk, UKIP in England, en aan het succes van het ‘regionalisme’ in Catalonië en Schotland, en de weer opduikende mogelijkheid van een Griekse exit. De nadruk op het nastreven van eigen belang en de druk van de crisis heeft verbindingen in de samenleving verzwakt.

Het SCP vergelijkt Nederland met een clubsandwich in diverse lagen. Mij doet het meer denken aan voetbalstadion. Zelfs de volkssport bij uitstek, voetbal weet mensen nauwelijks in contact te brengen; het publiek kent allemaal verschillende prijskaartjes en is met hekken afgescheiden in een uitvak, familietribune, hooligandeel, businesslounge, etc.

Dit laat ook zien dat ongebreidelde commercie mensen in doelgroepen verdeelt en langs elkaar heen laat leven. De nadruk op vrije markten en concurrentie en op geld als maat voor succes en status drijft mensen verder uit elkaar.

Graag zie ik de PvdA als tegenhanger van de hufterigheid van ‘samen voor ons eigen’. Volkspartijen als de PvdA moeten de verdeelde samenleving niet opvatten als een teken van onmacht maar juist als een opdracht: binden is harder nodig dan ooit.

De PvdA is nog een partij die emancipatie van het individu durft te combineren met versterking van gemeenschap en gemeenschappelijkheid. Die stelling neemt en moet nemen tegen de uitwassen van vrije markten, commercie en eigen belang zoals bankiers’ bonussen en schijnconstructies op de arbeidsmarkt. En die nog volkspartij is en wil zijn waar iedereen elkaar nog treft en spreekt.

Willem Banning was teleurgesteld dat de doorbraak op zich heeft laten wachten. Pas twintig jaar na de oprichting van de PvdA zijn de zuilen onherstelbaar gaan wankelen. Het heeft aan zijn overtuiging niks afgedaan. Terecht.