Steunen meer dan 100 landen de belastingplannen van de G7?

Door Paul Tang op 30 juni 2021

Vandaag en morgen beslissen 139 landen of ze hun handtekening kunnen zetten onder de belastingvoorstellen van de G7-landen, de groep van grote industrieën. Begin deze maand stelden deze zeven landen voor een wereldwijd minimum belastingtarief in te voeren van tenminste 15% en de heffingsrechten op de winsten van de grootste bedrijven eerlijker te verdelen. Landen van China tot de Kaaimaneilanden gaven al aan de deal te steunen. Toch zijn er twijfelaars: Ierland, Hongarije en Argentinië voorop. Tijd om kleur te bekennen.

Nog nooit was een doorbraak zo dichtbij. Het is nu zaak om ook ontwikkelingslanden te laten profiteren van deze belastinghervormingen en om druk uit te oefenen op de belastingparadijzen die dreigen dwars te liggen. Van Nederland tot en met de Kaaimaneilanden hebben belastingparadijzen aangegeven het akkoord te steunen. Ierland en Hongarije lijken dat nog niet te doen. De meeste grote landen steunen het akkoord. Toch is het nog spannend of de symbolische grens van 100 handtekeningen wordt gehaald.

Een hoger tarief

Het akkoord van 5 juni kwam tot stand binnen een homogene groep van zeven rijke, westerse democratieën. De discussies vandaag en morgen, tussen de 139 landen en gebieden die gezamenlijk het ‘inclusieve raamwerk’ van de OESO vormen, liggen een stuk ingewikkelder.

Een internationaal akkoord legt de interne verdeeldheid in de EU bloot

Ontwikkelingslanden – met Argentinië voorop – vrezen dat ze niet genoeg profiteren van de herverdeling van de heffingsrechten op grote bedrijven. Ze willen dat meer bedrijven worden meegenomen in de reikwijdte van het voorstel en dat een groter deel van de bedrijfswinsten wordt herverdeeld. Ook willen ze een hoger tarief dan de voorgestelde 15%.

Zo laag mogelijk

Tegelijkertijd legt een internationaal akkoord de interne verdeeldheid in de EU bloot. Oost-Europese landen met lage belastingtarieven zoals Hongarije met 9 procent winstbelasting en Litouwen met 15 procent willen een lager belastingtarief op winsten gemaakt via fysieke investeringen in hun economieën. En Europese belastingparadijzen zoals Ierland doen er alles aan om het minimum belastingtarief zo laag mogelijk te maken.

Nederland heeft nog veel werk aan de winkel, bijvoorbeeld om brievenbusfirma’s aan te pakken

Vooral de positie van Ierland is moeilijk te accepteren. De EU steunde het land door dik en dun tijdens Brexit, en nu geeft Ierland aan door te willen gaan met het beroven van hun EU-vrienden van belastinginkomsten. Belastingparadijzen mogen een akkoord niet verder verzwakken.

Brievenbusfirma’s

We spreken nu over een minimumtarief van ’ten minste 15%’. Dat is al veel te laag. Het Europees gemiddelde is rond de 21%. Dat was ook Bidens eerste voorstel en is een mooie inzet voor de Nederlandse onderhandelaars. Het is goed dat Nederland een van de eersten is die het akkoord steunen. Toch heeft ook Nederland nog veel werk aan de winkel, bijvoorbeeld om brievenbusfirma’s aan te pakken.

Na een mogelijk akkoord morgen buigen de G20 ministers van Financiën zich nog over dit akkoord op 9 en 10 juli op een top in Venetië.

Paul Tang

Paul Tang

Als parlementariër namens de Partij van de Arbeid in het Europees Parlement wil ik werken aan een sterker en socialer Europa. Mijn hele loopbaan heb ik me al bezig gehouden met de vraag hoe we op een verantwoorde manier kunnen zorgen voor duurzame economische groei, waarmee we niet alleen banen scheppen, maar ook de samenleving

Meer over Paul Tang