2 april 2015

Vrije handel met VS mag niet tot ‘uitverkoop’ van Europa leiden

Het sluiten van een vrijhandelsverdrag met de VS (TTIP) mag onder geen beding leiden tot ‘Amerikaanse toestanden’ in Europa. Meer handel en meer investeringen, zoals het verdrag beoogt, kunnen leiden tot meer groei en werkgelegenheid, maar de vraag is welke prijs daarvoor betaald. Het mag zeker niet tot een ‘uitverkoop’ van Europa leiden.

 

Vanuit deze kritische instelling volgt de PvdA-Eurodelegatie de onderhandelingen over een vrijhandels- en investeringsverdrag tussen de EU en de VS. Om aan het eind van de rit een weloverwogen en evenwichtige beslissing te komen pleit de PvdA ervoor om bij die onderhandelingen de grootst mogelijke openheid te betrachten.

 

De grootste punten van zorg zijn op dit moment:

  • wat zijn precies de effecten voor de economie en de werkgelegenheid? Studies geven tot nu toe een onduidelijk beeld.
  • bij het afstemmen van normen en regelgeving mag de Europese standaard niet verkwanseld worden.
  • de na vele jaren van strijd verkregen sociale en werknemersrechten zijn eveneens niet onderhandelbaar.
  • er is geen enkele behoefte aan een geschillenregeling, waarbij bedrijven de soevereiniteit van deelnemende landen onderuit kunnen halen.

 

“We zijn nu nog steeds volop bezig de kwalijke gevolgen te bestrijden van de uitbreiding van de interne markt met oost- en midden-Europa. Denk aan de bouw, de transportsector. Gelukkig hebben we, met al zijn beperkingen, het hele apparaat van de Europese Unie om daar verbeteringen in aan te brengen. Nu de twee grootste economieën in de wereld tot een vrije markt samenvoegen is niet iets dat je zomaar achteloos kan laten gebeuren. Dan moet je zeker weten dat je op alle terreinen je Europese standaard overeind kan houden”, aldus Agnes Jongerius, woordvoerder namens PvdA-Eurodelegatie over TTIP.

 

Economie en werk

 

De Europese Commissie zegt dat TTIP goed zal zijn voor 0,5% extra economische groei in de komende tien jaar, een op z’n zachtst gezegd bescheiden ‘winst’. Maar zelfs deze cijfers zijn niet onomstreden. Verschillende denktanks komen tot verschillende conclusies. Een studie van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO concludeert zelfs, dat het vrijhandelsverdrag tot economische krimp zal leiden. Het is dus van groot belang, alvorens tot besluitvorming te komen, precies te weten wat nu de effecten van TTIP zullen zijn.

Het is duidelijk dat bij een eventuele invoering van het vrijhandelsverdrag winnaars en verliezers zullen zijn. Het is daarom zaak ook nu aan te geven welke maatregelen Europa zal treffen voor werknemers in sectoren, die door de invoering van TTIP onevenredig zwaar zullen worden getroffen.

 

Normen en regelgeving

 

Bij het vrij maken van de handel tussen de EU en de VS spelen in- en uitvoertarieven nog maar een beperkte rol. De meeste ‘winst’ wordt daarom verwacht van het wegwerken van de verschillen in wet- en regelgeving. Als gevolg van die regels zijn bepaalde Europese producten niet toegelaten op de Amerikaanse markt en andersom.

Het gelijktrekken van normen kan zeker grote voordelen bieden, zoals bijvoorbeeld in de auto-industrie. In andere sectoren, zoals bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en voedselveiligheid. ligt dat een stuk gevoeliger. Het gaat dan om genetisch gemodificeerd voedsel, vleesproductie zoals de beruchte chloorkip en medicijnen. Het staat buiten kijf, dat bij het afstemmen van deze regelgeving, de Europese normen en waarden onverkort als standaard moeten gelden.

 

Sociale en werknemersrechten

 

Ons Europees sociaal stelsel is het resultaat van jarenlange strijd. Het kan niet zo zijn, dat via de achterdeur van TTIP onze sociale waarden en normen op de helling worden gezet. De verzekering van de Europese Commissie, dat dit niet zal gebeuren, is twijfelachtig.

 

Onze fundamente werknemersrechten, zoals het recht op collectieve onderhandeling, zijn vastgelegd door de Internationale Arbeidsorganisatie, ILO. Maar de VS hebben deze – in feite door de VN vastgelegde – sociale regels nooit erkend, laat staan geratificeerd. Het kan niet zo zijn, dat onze Europese bedrijven de concurrentie aan moeten met Amerikaanse bedrijven, die de waarborgen voor redelijk werk en goede arbeidsomstandigheden aan hun laars lappen”, stelt Jongerius.

 

Ratificatie van de ILO-regels door de VS is dus een cruciale voorwaarde voor goedkeuring van TTIP.

 

 

Geschillen

 

De voorgestelde geschillenregeling (ISDS) wijzen wij af. Dit Investor State Dispute Settlement stelt bedrijven in staat om bij een private rechtbank een klacht tegen een regering in te dienen als ze zich benadeeld voelen. Dergelijke regelingen komen wel vaker voor in verdragen, zeker als het gaat om landen waar de rechtsgang niet vertrouwd wordt.

Daarvan is bij de VS noch bij de EU sprake. Beide beschikken over goed ontwikkelde rechtssystemen, die goed uitgerust zijn om dergelijke geschillen adequaat te behandelen. Het ISDS-systeem geeft met name multinationals een juridisch forum om buiten de democratische rechtsstaat om hun gelijk te halen. Verdragen, waarin een dergelijke geschillenregeling zijn opgenomen, hebben al geleid tot bedenkelijke uitspraken.

 

Tot slot

 

“Het is te vroeg om te zeggen of we voor of tegen TTIP zijn. Er zijn op dit moment heel veel zorgen. Zorgen waarbij je je kunt afvragen of die opgelost kunnen worden. Zeker als het gaat om onze sociale normen en waarden. Het probleem is ook, dat wij alleen maar ja en nee tegen hele verdrag kunnen zeggen, niet tegen onderdelen ervan. Maar het kan best zo zijn dat onze bezwaren op een wezenlijk punt zo groot kan zijn dat die doorslaan tot een negatief onderdeel. Wij zijn overigens ook van mening, dat ook de nationale parlementen – bij zo’n gewichtige zaak als een vrijhandelsverdrag met de VS – hun oordeel moeten geven”, aldus Jongerius.

 

Voor nadere informatie:

Paul Sneijder, persvoorlichter PvdA-Eurodelegatie, +32 475 386675