Mensenrechten en minderheden

  • Landen in de EU moeten afzien van het steunen of tolereren van autoritaire regimes onder het mom van de stabiliteit in de betreffende regio. Europese landen mogen aan dergelijke regimes en aan corrupte regeringen geen defensiematerieel verkopen.
  • Alle EU-verdragen met derde landen bevatten een mensenrechtenparagraaf, waarbij we ons nadrukkelijker inzetten voor erkenning en versterking van de rechten van kwetsbare groepen en individuen. Gaat het de verkeerde kant op, zoals in het geval van de antihomo-wetgeving in Rusland, dan oefent de EU politieke druk uit. We steunen de opbouw van democratische instituties, maatschappelijke organisaties en politieke partijen in transitielanden. In de minst ontwikkelde landen zullen we onze diplomatieke mogelijkheden gebruiken om corruptie en het belang van goed bestuur bespreekbaar te maken. Daarbij maken we er in bilaterale contacten sterk voor dat overheden zelf een substantieel deel van de overheidstaken uitvoeren, om te voorkomen dat buitenlandse donoren de rol van de overheid in landen uitvoeren.
  • De EU moet lidstaten aanspreken op de wijze waarop zij afspraken over gelijke behandeling naleven, bijvoorbeeld op het gebied van (stateloze) minderheden, zoals Roma en Sinti en discriminatie op basis van seksuele voorkeur (LHBT). We zetten ons in voor erkenning van LHBT-partnerschappen en huwelijken in heel Europa.
  • Een miljard mensen, en een derde van de allerarmsten, wonen in fragiele staten. De PvdA wil dat de EU zicht richt op het beschermen van burgers, het bevorderden van de rechtsstaat en conflictpreventie, met daarbij een grotere betrokkenheid van vrouwen.